De neus van een Mopshond
De neus heeft meerdere functies. Allereerst reinigt hij de ingeademde lucht met behulp van het vochtige inwendige slijmvlies. Hierdoor wordt de ingeademde lucht ook opgewarmd en bevochtigd. Daarbij is de hond veel beter dan de mens in staat om met behulp van de neus te ruiken. Hij is uitgerust met een veel groter oppervlakte aan gevoelige cellen en een betere zenuwvoorziening. De hond leeft dan ook met name in een geurwereld. We kennen overigens bij de hond grofweg drie types van neuzen: lang, middel en kort resp. de dolichocefalen, de mesaticefalen en de brachycefalen. Vooral de laatste groep heeft hieraan gerelateerd een aantal specifieke problemen, waar ik verder in dit verhaal op terug kom.
De neus begint bij de vaak gepigmenteerde neusspiegel en de beide neusgaten. Deze
neusgaten vormen de ingang van de neus. De neusspiegel heeft normaal gesproken een
wat vochtig aspect. Deze natte neus wordt onder andere bepaald door kliertjes in de
bedekking van de neusspiegel en doordat de traanafvoerbuizen van de beide ogen uitmonden
vooraan in de neus. In de neusholte bevinden zich vele van voor naar achter lopende
kraakbenige lamellen bekleed met zeer goed doorbloed slijmvlies waardoor het inwendige
oppervlak zo groot mogelijk wordt terwijl de weerstand hierdoor zo klein mogelijk blijft.
Deze neusholte staat in verbinding met een tweetal nevenholtes, die men sinussen noemt
(de bovenkaakholte en de frontale holte). Via het zeefbeen gaat de neus boven het zachte
verhemelte over in de keel.
Bij een neusaandoening kunnen je als eigenaar van de hond een aantal zaken opvallen.
Vloeiing uit de neus is de meest gehoorde klacht. Dit kan één- of tweezijdig zijn,
afhankelijk van de oorzaak. Het aspect kan waterig, slijmig, geel of groen pusserig
of bloederig zijn. Soms zelfs donker en sterk rottend in geval van een vreemd voorwerp
(bijvoorbeeld een grasspriet), of in geval van een uitgebreid tumoreus proces. Daarnaast
kan men bijgeluiden horen tijdens in- of uitademen (snurken). Ook niezen is een vaak
geuite klacht bij neusaandoeningen. Langdurig en vaak niezen is sterk afwijkend. Een
bijzonderheid is het zogenaamde reverse sneezing. Dit zijn aanvalsgewijs optredende
inademingen waarmee de hond probeert slijm achter uit de neus te verwijderen en door
te slikken. Vaak help je de hond door even onder de keel te wrijven, zodat hij slikt,
en/of de neus dicht te houden. Meer of minder benauwdheid en met de bek open ademen
kan ook een symptoom zijn. Bij uitgebreide gezwellen valt soms op dat de neusrug aan
een kant dikker is dan aan de andere kant. Een kleurverandering met verdroging van de
neusspiegel, soms zelfs met verdikkingen en diepe kloven kunnen ontstaan. Aanraking
kan dan pijnlijk zijn.
Bij de kortschedeligen komen relatief te nauwe neusgaten voor. Hierdoor, maar ook
door andere dieper in de neus, keel of strot gelegen oorzaken kunnen zij sterk snurken
tijdens in- en/of uitademen. Op jonge leeftijd kunnen hierdoor al serieuze problemen
tijdens inspanning of stress ontstaan. De oplossing is een chirurgische. Door stukjes
uit de binnenkant van de neusvleugels weg te nemen kan de instroomopening vergroot worden.
Ook de lamellen in de neusholte zijn door de sterke verkorting van de neus vaak erg
onregelmatig en te dik, zodat ook hierdoor een gestoorde passage van lucht kan optreden.
Bij een eventuele infectie of andere reden waardoor het bedekkende slijmvlies gaat zwellen,
leidt dit snel tot sterke obstructie van de in- en uitgeademde lucht. Medicamenteus kan
aan dit laatste, de slijmvlieszwelling, wel wat gedaan worden. Aan het eerste, de
verdikking van de lamellen is, behalve een verwijdering met alle nadelen van dien, weinig te doen.
Een veel voorkomende klacht in de praktijk is het te droog zijn van de neusspiegel.
Soms kan dit leiden tot een typische verdikking en verharding vooral aan de randen.
Het adagium dat je het ziek zijn van de hond kan aflezen aan de neusspiegel is overigens
maar zeer ten dele waar; ook verder perfect gezonde honden kunnen een droge neus hebben.
Is er geen natte neus, terwijl het normaal wel het geval is, dan kan dit onder andere te
maken hebben met een zenuwbeschadiging vooral bij een middenoorontsteking. Ook
traanbuisverstoppingen, bepaalde huidaandoeningen, en ontstekingen van de neus kunnen
een droge neus veroorzaken. Behandeling is dan afhankelijk van de specifieke oorzaak.
In het algemeen is uiercrème een redelijk werkend middel om de huid van de neusspiegel
soepel te houden.
De mogelijke oorzaken van neusaandoeningen zijn in een aantal groepen
onder te verdelen. De meest voorkomende zijn de infecties (viraal, bacterieel en schimmel).
Dan zijn er de vreemde voorwerpen die zich incidenteel in de neus kunnen bevinden
(plantendelen etc). Een kleinere groep van oorzaken zeker op wat oudere leeftijd is
die van de neustumoren. De meeste hiervan zijn kwaadaardig door hun agressieve groei
in de omgeving. Er is een restgroep van allergieën, afweerstoornissen en parasitaire
infecties. Natuurlijk zijn er ook een aantal oorzaken primair buiten de neus gelegen,
die in de neus tot problemen kunnen leiden. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld
gebitsproblemen of slokdarmproblemen.
Om vast te stellen wat er precies in de neus aan de hand is hebben we in
de praktijk een aantal mogelijkheden. Allereerst kun je uit het verhaal van
de eigenaar en het signalement van de hond al een aanwijzing krijgen met wat
voor soort aandoening je te maken hebt. Een goed klinisch onderzoek van neus,
mond en keelstreek, gevolgd door een röntgenonderzoek leid je weer verder. Is
het nog niet duidelijk dan dient de hond onder algehele narcose gebracht te
worden om een nauwkeurige inspectie met behulp van de starre en flexibele endoscoop
mogelijk te maken. Hierbij kan men een aantal dingen zichtbaar maken, en tegelijkertijd
materiaal verzamelen voor verder onderzoek. Meestal leidt dit alles tot een duidelijke diagnose.
In bepaalde centra kan men het onderzoek nog uitbreiden met een CT-scan van de neus en nevenholtes.
De behandeling is sterk afhankelijk van de oorzaak. De meeste aandoeningen zijn
medicamenteus te behandelen. Men moet dan denken aan allergieën, virale, bacteriële
en schimmelinfecties. Chirurgisch ingrijpen kan bijvoorbeeld nodig zijn bij vreemde
voorwerpen, verwondingen, tumoren of uitgebreide schimmelinfecties.
Samenvattend kan men stellen dat de neusaandoeningen bij de hond een kleine
groep van aandoeningen vormen waarbij serieuze klachten kunnen ontstaan. In de
meeste gevallen zijn deze goed behandelbaar, echter om tot een juiste diagnose
te komen kan men lang niet altijd volstaan met alleen een gericht lichamelijk
onderzoek; aanvullende onderzoeken zijn vaak nodig hierbij.
Met dank aan Anneke, via het Pugs.nl forum
Geschreven door Maarten Kappen, voor Onze Hond 2003


